In het coalitieakkoord staat dat Emmen “conform de Huisvestingswet” statushouders met voorrang moet huisvesten. Tegelijk schrijft de coalitie dat statushouders zich moeten inschrijven als woningzoekende en op de wachtlijst komen zoals iedere andere woningzoekende. Daarna staat er ook nog dat de gemeente de wettelijke opgave wil uitvoeren zonder specifieke doelgroepen voorrang te geven boven andere spoedzoekers.
Volgens Hart voor Emmen kan dat niet alle drie tegelijk waar zijn.
“Of er is voorrang. Of men staat gelijk op de wachtlijst. Of de gemeente kiest voor alternatieve woonvormen om verdringing te voorkomen. Maar dan moet het college dat eerlijk opschrijven,” aldus Hart voor Emmen.
De wet verplicht gemeenten om statushouders te huisvesten via een taakstelling. Maar gemeenten kiezen zelf wat voor soort huisvesting zij aanbieden. Ook bepaalt een gemeente zelf welke groepen voorrang krijgen bij sociale huur; statushouders horen sinds 1 juli 2017 niet meer automatisch tot die voorrangsgroep.
Daarom is dit geen puur juridische vanzelfsprekendheid, maar een politieke keuze.
Hart voor Emmen vindt dat de raad en inwoners daar eerlijk over geïnformeerd moeten worden. Zeker in een tijd waarin lokale starters, gescheiden ouders, ouderen, mantelzorgers en andere spoedzoekers al lang wachten op een betaalbare woning.
“Wie een politieke keuze verstopt achter het woord ‘wet’, haalt de raad én de inwoners uit positie. Wij zeggen: voer wettelijke taken uit, maar wees eerlijk over de keuzes. Geen automatische voorrang zonder helder besluit van de gemeenteraad. Eigen inwoners eerst waar dat juridisch kan.”
